Copacking en private label: zo laat je je voedingsproduct verwerken of afvullen

Home>Verhalen>

Copacking en private label: zo laat je je voedingsproduct verwerken of afvullen

Delen

Een eigen voedingsproduct op de markt brengen betekent niet dat je ook zelf een verwerkingsruimte, pasteur, afvullijn of verpakkingsmachine nodig hebt. Bij copacking besteed je een deel van de productie of verpakking uit aan een gespecialiseerd voedingsbedrijf. Bij private label wordt een product door een externe producent gemaakt, maar onder de merknaam van jou, een retailer of een andere opdrachtgever verkocht.

Voor een landbouwer kan dat het verschil maken tussen een goed idee dat op kleine schaal blijft hangen en een product dat reproduceerbaar kan worden gemaakt. Denk aan appels die sap worden, melk die in een dessert terechtkomt, aardbeien die verwerkt worden in een drank of een eigen saus die professioneel wordt afgevuld.

De belangrijkste vraag is alleen niet: wie kan mijn product maken? Eerst moet je weten welke stap je precies wilt uitbesteden, vanaf welk volume een verwerker wil starten en wie verantwoordelijk wordt voor recept, verpakking, kwaliteit en etikettering.

Wat is copacking?

Bij copacking voert een extern voedingsbedrijf één of meer productie- of verpakkingsstappen voor jouw product uit. De precieze betekenis verschilt wel van bedrijf tot bedrijf.

Een co-packer kan bijvoorbeeld een product dat jij in bulk aanlevert alleen afvullen, sluiten, etiketteren en verpakken. Viscofill in Leuven werkt volgens dat model voor onder meer olie, honing, sauzen en siropen: de klant levert het bulkproduct en de verpakkingen aan, waarna Viscofill het product afvult en verkoopklaar maakt.

Andere bedrijven gaan veel verder. Konings in Zonhoven kan bij dranken onder meer receptontwikkeling, fruitpersing, blending, verwerking, fermentatie én afvulling uitvoeren. Het bedrijf verwerkt zowel alcoholische als niet-alcoholische dranken en vult onder meer af in glas, PET, blik en karton.

Ook Inex gebruikt expliciet de termen private label en co-packing voor zuivel. Het bedrijf ontwikkelt, produceert en verpakt onder andere vloeibare zuivel, yoghurt en desserts voor andere merken en kan ook producten van derden verpakken.

Vraag daarom nooit alleen: “Doen jullie copacking?” Vraag welke stappen precies inbegrepen zijn.

Wat is het verschil tussen copacking en private label?

Copacking beschrijft vooral wie het productie- of verpakkingswerk uitvoert; private label beschrijft onder welke merknaam het eindproduct op de markt komt.

Je kunt bijvoorbeeld zelf een appelsap ontwikkelen en een externe partner alleen laten afvullen. Dat is copacking, terwijl het product volledig jouw merk en recept blijft.

Bij private label kan een producent dan weer een bestaand basisproduct onder jouw merk produceren, maar het kan evengoed gaan om een recept dat speciaal voor jouw bedrijf wordt ontwikkeld. Inex maakt bijvoorbeeld private-labelzuivel voor retailers en voedingsbedrijven, terwijl Sterkstokers klanten begeleidt bij het samenstellen van een eigen drankrecept en het daarna onder hun eigen label produceert.

Vooral dat laatste mag je niet als vanzelfsprekend beschouwen.

Wanneer is uitbesteden interessant?

Copacking wordt vooral interessant wanneer de volgende stap in je product een installatie, expertise of kwaliteitsborging vraagt die je niet zelf structureel wilt organiseren.

Een fruitteler kan bijvoorbeeld perfect zelf appels telen en verkopen, maar daarom nog niet willen investeren in een pers-, pasteurisatie- en afvullijn. Een melkveehouder kan een idee hebben voor een dessert zonder zelf een volledige zuivelverwerking op te zetten. Een groenteteler kan een sausconcept hebben, terwijl industriële houdbaarheid, emulsie en afvulling buiten zijn expertise liggen.

Uitbesteden kan ook logisch zijn wanneer je eerst wilt onderzoeken of een nieuw product technisch haalbaar is. De Food Pilot van ILVO en Flanders' FOOD beschikt daarvoor over pilootapparatuur voor onder meer verhitten, koelen, mengen, homogeniseren, drogen, invriezen en verpakken. Bedrijven kunnen er in confidentialiteit productontwikkeling, houdbaarheid en processen testen voor ze naar serieproductie gaan.

Dat onderscheid tussen ontwikkeling en productie is belangrijk. Een verwerker die uitstekend duizenden liters kan afvullen, is niet noodzakelijk de beste plaats om een recept vanuit een eerste keukenproef te ontwikkelen.

Hoe groot moet je eerste batch zijn?

De minimale batch is vaak de eerste harde selectievoorwaarde bij het zoeken naar een verwerker. De verschillen tussen bedrijven zijn groot.

Sterkstokers in Brecht produceert private-labeldranken in batches van 42 tot 1.000 liter en communiceert een minimum vanaf ongeveer 60 flessen. Daardoor kan het bedrijf ook relatief kleine drankprojecten opnemen.

Viscofill in Leuven begint voor het afvullen van olie, honing, sauzen en andere viskeuze producten vanaf 100 stuks. De klant levert daar het product in bulk aan.

STOP Spices in Dendermonde publiceert voor private label minimumhoeveelheden vanaf 25 kilogram in bulk en vanaf 300 eenheden voor retailverpakkingen.

Bij veel grotere voedingsbedrijven staat geen minimumhoeveelheid publiek vermeld. Dat is op zichzelf nuttige informatie: vraag de minimumbatch voor jouw specifieke recept én verpakking voordat je veel tijd investeert in productontwikkeling. Een machine kan technisch misschien 500 liter produceren, terwijl een bepaalde bedrukte verpakking pas vanaf een veelvoud daarvan verkrijgbaar is.

Voor fruitverwerking bestaan er ook modellen op veel kleinere landbouwschaal. De Mobiele Fruitpers in Beernem verwerkt appels vanaf 75 kilogram per lot en kan het sap pasteuriseren en afvullen in bag-in-box.

Van wie is het recept?

Leg vóór je een unieke receptuur deelt schriftelijk vast wie het recept mag gebruiken en van wie nieuwe ontwikkelingen zijn.

Een recept is niet automatisch beschermd omdat jij het bedacht hebt. Formules en recepten kunnen wel als bedrijfsgeheim worden beschermd wanneer ze daadwerkelijk geheim zijn, handelswaarde hebben omdat ze geheim zijn en je redelijke maatregelen neemt om die vertrouwelijkheid te bewaren. De FOD Economie noemt geheimhoudingsovereenkomsten met zakenpartners expliciet als mogelijke beschermingsmaatregel.

Een geheimhoudingsovereenkomst of NDA vóór je de volledige receptuur overdraagt kan daarom zinvol zijn.

In het productiecontract moet vervolgens duidelijk staan wat er gebeurt wanneer de verwerker jouw bestaande recept optimaliseert. Mag je dat aangepaste recept later bij een andere producent laten maken? Mag de verwerker een vergelijkbaar product voor andere klanten ontwikkelen? Van wie zijn procesinstellingen, proefresultaten en technische fiches?

Daarover bestaan geen antwoorden die je veilig uit het woord private label kunt afleiden. Ze moeten uit de overeenkomst blijken.

Welke contractpunten verdienen extra aandacht?

Het contract moet niet alleen beschrijven wat de verwerker maakt, maar ook wat er gebeurt wanneer productie, kwaliteit of planning afwijkt van de afspraak.

Leg minstens de productspecificatie vast: recept of lastenboek, grondstoffen, toleranties, verpakking, houdbaarheid, eventueel herkomstvereisten en noodzakelijke certificaten.

Maak daarnaast afspraken over minimumhoeveelheden, levertermijnen, eigendom van verpakkingsvoorraad en wat er gebeurt met etiketten of verpakkingen wanneer je stopt met samenwerken.

Ook kwaliteitsafwijkingen verdienen vooraf een procedure. Wie beslist dat een batch niet conform is? Wie draagt de kosten wanneer de fout bij een aangeleverde grondstof ligt? En wat gebeurt er wanneer het productieproces zelf de oorzaak is?

Neem voor aansprakelijkheid en schadebedingen zo nodig juridisch advies. Ook contracten tussen ondernemingen vallen in België onder regels tegen onrechtmatige B2B-bedingen: clausules mogen geen kennelijk onevenwicht tussen de rechten en plichten van beide ondernemingen creëren.

Wie is verantwoordelijk voor voedselveiligheid en het etiket?

Productie uitbesteden betekent niet dat je automatisch alle wettelijke verantwoordelijkheid overdraagt.

Volgens de Europese voedselinformatieverordening is de exploitant onder wiens naam of handelsnaam een levensmiddel wordt verkocht verantwoordelijk voor de aanwezigheid en juistheid van de verplichte voedselinformatie. Verkoop je het eindproduct dus onder je eigen bedrijfs- of merknaam, dan is correcte productinformatie geen detail dat je zonder meer bij de co-packer kunt parkeren.

Een producent of verwerker heeft tegelijk eigen verantwoordelijkheden voor de activiteiten die onder zijn controle vallen. Voedingsbedrijven moeten over een autocontrolesysteem beschikken en werken voor voedselveiligheid met goede hygiënepraktijken en HACCP-principes. Traceerbaarheid moet toelaten grondstoffen en producten doorheen productie, verwerking en distributie te volgen.

Voor een voorverpakt eindproduct gelden bovendien de relevante etiketteringsvoorschriften rond onder meer benaming, ingrediënten, allergenen, hoeveelheid en houdbaarheid.

Leg daarom praktisch vast wie het etiket opstelt, wie de informatie controleert en wie wijzigingen goedkeurt.

Wat kost copacking?

Er bestaat geen nuttige algemene prijs per kilo of fles voor copacking. De kost wordt bepaald door wat de verwerker met je product moet doen.

Een offerte kan onder meer bestaan uit:

ontwikkeling en proefproductie + grondstoffen + productie of verwerking + omschakelen en reinigen van de lijn + afvullen + verpakking en etiketten + kwaliteitsanalyses + opslag + transport.

Voor een eerste productie kunnen eenmalige kosten relatief zwaar doorwegen. Denk aan receptontwikkeling, proefruns, analyses of het instellen van een nieuwe verpakking. Bij volgende productieruns vallen sommige van die kosten weg.

Kijk daarom niet uitsluitend naar de prijs per geproduceerd stuk. Vraag ook:

Hoeveel verkoopbare eenheden krijg ik uiteindelijk uit één minimale productierun?

Een goedkope eenheidsprijs bij een verplichte productie van 20.000 stuks kan voor een klein merk minder bruikbaar zijn dan een hogere prijs bij 500 stuks.

Dat zie je goed aan de bestaande markt. De Vlaamse aanbieders met publiek genoemde minima lopen van 100 afgevulde eenheden bij Viscofill tot industriële producenten die hun minimale volumes uitsluitend projectmatig bepalen.

Welke Vlaamse bedrijven doen aan copacking, verwerking of private label?

Onderstaande lijst is een startpunt, geen volledige databank. Niet elk bedrijf zal ieder project of volume aanvaarden. Contacteer de verwerker daarom altijd met product, receptstatus, verwachte batch en gewenste verpakking.

De lijst toont meteen waarom zoeken op alleen voedingsverwerker onvoldoende is. Een producent die 100 potten wil laten vullen heeft een heel andere partner nodig dan een merk dat wekelijks duizenden liters wil produceren.

Hoe kan Connect helpen om een verwerker te vinden?

Verwerking is een aparte sector binnen Lekker van bij ons Connect. In de community staan onder meer zuivelbedrijven, slagerijen en andere voedselverwerkende ondernemingen, en gebruikers kunnen de database zelf per sector en regio doorzoeken.

Dat sluit nauw aan bij het doel van het platform. Connect brengt verschillende delen van de agrovoedingsketen samen en combineert handmatige discovery met mogelijke matchsuggesties. Een producent kan in zijn profiel niet alleen aangeven wat hij aanbiedt, maar ook welke producten, afzet of samenwerking hij zoekt.

Sterkstokers laat zien hoe concreet zo'n profiel kan worden. Het bedrijf vermeldt op Connect expliciet dat het voor derden dranken maakt en bijvoorbeeld melk van koeien of geiten en vruchten zoals aardbeien en kiwibes in drankconcepten kan verwerken.

Connect is daarbij geen platform waarop je de verwerking bestelt of afrekent. De rol is producent en verwerker elkaar laten vinden en contact helpen leggen; technische specificaties, volumes, prijzen en contractvoorwaarden worden daarna rechtstreeks tussen beide bedrijven afgesproken.

Zoek eerst de juiste productielijn, daarna de goedkoopste offerte

Een goede verwerker vinden begint niet bij de laagste prijs per pot, liter of verpakking. Eerst moet de productielijn passen bij je recept, grondstof, volume, houdbaarheid en verkoopkanaal.

Vraag daarom vroeg naar de minimumbatch. Test of jouw grondstof technisch verwerkt kan worden. Leg vast wie het recept bezit. Controleer hoe verpakking, voedselveiligheid en kwaliteitsafwijkingen worden geregeld.

Pas wanneer die basis klopt, kun je offertes zinvol vergelijken.

De beste copacker is uiteindelijk niet degene die alles kan produceren, maar degene wiens proces past bij het product dat jij daadwerkelijk wilt verkopen.