Onderwijs op Connect: samenwerken met hotelscholen, bakkersscholen en landbouwscholen

Home>Verhalen>

Onderwijs op Connect: samenwerken met hotelscholen, bakkersscholen en landbouwscholen

Delen

Een samenwerking met een school hoeft niet te beginnen met een stageplaats. Een producent kan ook producten leveren voor praktijklessen, een gastles geven, leerlingen ontvangen op het bedrijf of samen met een school rond een concrete product- of ketenvraag werken. Vooral hotelscholen, bakkers- en slagersopleidingen en land- en tuinbouwscholen hebben daarbij een directe link met de Vlaamse voedingssector.

Op Lekker van bij ons Connect zijn vandaag verschillende onderwijsinstellingen actief die expliciet aangeven dat ze lokale producten of contacten met producenten zoeken. Hotelschool Gent wil bijvoorbeeld toekomstige culinaire professionals met lokale producten leren werken, terwijl PISO in Tienen contact zoekt met lokale handelaars en streekproducenten om leerlingen kennis te laten maken met korte keten.

Voor producenten ligt daar een interessante kans: niet alleen vertellen hoe landbouw en voeding werken, maar leerlingen er daadwerkelijk mee laten werken.

Welke samenwerkingen zijn mogelijk tussen een producent en een school?

De beste samenwerking vertrekt vanuit iets wat leerlingen moeten leren en iets wat jouw bedrijf echt kan tonen of leveren.

Een kaasmaker kan bijvoorbeeld producten leveren voor een praktijkles waarin leerlingen verschillende rijpingsstadia leren herkennen. Een groenteteler kan een klas ontvangen rond bewaring, sortering of seizoensplanning. Een slager kan vakkennis delen over uitsnijden en productkwaliteit. Een bakkerijschool kan meel van een lokale molenaar gebruiken en daar een les rond grondstoffen en herkomst aan koppelen.

Hotelschool Gent formuleert die link op Connect bijzonder concreet: de school wil lokale producenten versterken door samen te werken en jongeren tijdens hun opleiding met hun producten te laten werken.

Ook het Ensorinstituut in Oostende gebruikt in zijn lessen naar eigen zeggen zoveel mogelijk streek- en korte-ketenproducten, met bijzondere aandacht voor Noordzeevis. De school werkt daarnaast rond voedselverspilling en de verwerking van voedseloverschotten.

Zo ontstaan verschillende vormen van samenwerking: een product in de praktijkles, een gastles van de producent, een bedrijfsbezoek, een stage of leerwerkplek, maar evengoed een project waarbij leerlingen een product, verwerking of menutoepassing onderzoeken.

Waarom zou een school met een lokale producent samenwerken?

Een producent brengt iets binnen wat een handboek moeilijk kan bieden: actuele praktijkkennis.

Een leerling kan in een les leren welke soorten aardappelen bestaan. Een aardappelteler kan uitleggen waarom hij voor een bepaald ras kiest, wat droogte met de opbrengst doet en waarom een horecaklant een andere aardappel nodig heeft dan een frietproducent.

Voor voedingsopleidingen is ook de grondstof zelf waardevol. Leerlingen leren anders kijken naar een product wanneer ze weten wie het geteeld of gemaakt heeft, hoe het seizoen verloopt en welke kwaliteitseisen een producent zelf hanteert.

Spermalie in Brugge vermeldt bijvoorbeeld op Connect dat het vooral met lokale en duurzame producten werkt. Leerlingen brengen die producten vervolgens in de praktijk in de didactische restaurants Hoeve Cortvriendt en Stuvenberghe.

PIVA Antwerpen combineert horeca, bakkerij, slagerij, toerisme en voeding met praktijklessen, stages en didactische winkels. In de slagerijopleiding ligt volgens het Connect-profiel ook nadruk op lokale producten en verantwoord ondernemen.

Voor een producent zit de waarde vooral in die vroege kennismaking. De kok, winkelverantwoordelijke, slager of bakker van morgen leert je bedrijf en product al tijdens zijn opleiding kennen. Dat is geen garantie op toekomstige verkoop of aanwerving, maar het kan wel een professionele relatie creëren die langer meegaat dan één gastles.

Wat heeft een school van een producent nodig?

Maak je aanbod concreet en koppel het aan wat leerlingen kunnen leren.

“Jullie mogen altijd eens langskomen” klinkt gastvrij, maar een vakleerkracht kan er moeilijk een les rond plannen.

Een veel bruikbaarder voorstel is bijvoorbeeld:

“We kunnen een groep van maximaal twintig leerlingen ontvangen voor twee uur. We tonen de weg van melk tot yoghurt, bespreken voedselveiligheid en laten leerlingen verschillende productstadia vergelijken.”

Of voor productlevering:

“Van september tot november kunnen we drie appelrassen leveren voor praktijklessen. We kunnen daarbij uitleg geven over rasverschillen, bewaring en toepassingen in keuken en bakkerij.”

Geef meteen aan voor welke opleiding en leeftijd je aanbod geschikt is, hoeveel leerlingen je kunt ontvangen, hoeveel tijd nodig is en in welke periodes het bedrijf beschikbaar is.

Een school plant bovendien verder vooruit dan een horecaklant die volgende week producten nodig heeft. Voor structurele samenwerking is mei of juni daarom een logisch moment om al over het volgende schooljaar te spreken.

Producten leveren aan een hotelschool of bakkersschool: hoe pak je dat aan?

Benader een school niet alsof ze gewoon een extra restaurant of winkel is. Vraag eerst hoe de praktijklessen georganiseerd worden.

Sommige scholen hebben didactische restaurants of winkels, andere gebruiken producten uitsluitend in praktijklessen. PISO in Tienen heeft bijvoorbeeld een didactisch restaurant en bistro waarin leerlingen in een realistische omgeving koken en bedienen. De school geeft op Connect expliciet aan dat ze contacten met lokale handelaars en streekproducenten wil opbouwen.

Vraag daarom wie verantwoordelijk is voor de praktijkkeuken, bakkerij, slagerij of technische afdeling. Dat is vaak een zinvoller eerste contact dan een algemene directiemail.

Bespreek daarna het product zoals je dat met een professionele klant zou doen: beschikbaarheid, verpakking, levering, allergenen, houdbaarheid en eventuele seizoenschommelingen. Maar voeg één element toe dat voor een gewone klant minder belangrijk is: wat kunnen leerlingen ervan leren?

Een krat tomaten wordt interessanter wanneer je ook kunt uitleggen waarom verschillende rassen anders reageren tijdens verwerking. Een meelsoort krijgt meer betekenis wanneer de molenaar vertelt over graankeuze en maaltechniek.

Hoe kun je samenwerken met een landbouw- of tuinbouwschool?

Bij landbouwonderwijs ligt samenwerking vaak nog dichter bij de dagelijkse bedrijfspraktijk.

PTS Mechelen laat bijvoorbeeld leerlingen zelf bloemen, planten, groenten en fruit telen. De producten worden vervolgens aangeboden in PTS-boxen. De school combineert zo teeltkennis met de praktijk van oogsten en aanbieden.

Voor een professioneel landbouwbedrijf liggen daar verschillende aanknopingspunten. Je kunt een praktijkbezoek organiseren rond precisielandbouw, bodem, machines, bewaring of afzet. Een bedrijf met verwerking kan tonen hoe een primaire grondstof verandert zodra voedselproductie begint. Een teler kan leerlingen betrekken bij een vraagstuk rond raskeuze of teeltplanning.

Voor algemene landbouweducatie bestaat daarnaast een veel breder Vlaams netwerk. Landbouweducatie bundelt momenteel meer dan honderd locaties waar scholen een landbouwbedrijf kunnen bezoeken. Dat aanbod is vooral gericht op klasbezoeken en moet onderscheiden worden van een structurele samenwerking met een beroeps- of landbouwopleiding.

Hoe bied je een stageplaats aan?

Een klassieke leerlingenstage is een onderwijsactiviteit en geen gewone studentenjob.

Voor stages in het gewone secundair onderwijs wordt vooraf een leerlingenstageovereenkomst gesloten tussen leerling, school en stagegever. In die overeenkomst worden onder meer de stageperiode, de stagebegeleider van de school, de stagementor op het bedrijf en de geplande activiteiten opgenomen. De stage zelf is onbezoldigd.

Als bedrijf moet je vooraf ook bekijken welke werkzaamheden de leerling veilig kan uitvoeren. De stagegever maakt daarvoor een risicoanalyse van de werkpost en bezorgt de school de relevante werkpostfiche. Uit die analyse kan ook volgen dat gezondheidstoezicht of persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn.

Dat is bij voeding en landbouw geen formaliteit. Denk aan messen, hete apparatuur, machines, dieren, reinigingsproducten, koelruimten of werkzaamheden waarbij jongeren met specifieke risico's in contact kunnen komen.

De school blijft betrokken bij de begeleiding en moet voor leerling-stagiairs een arbeidsongevallenverzekering afsluiten. De ondernemer blijft tegelijk verantwoordelijk voor een veilige werkplek, degelijk onthaal en begeleiding op het bedrijf.

Wat maakt iemand tot een goede stagementor?

Een goede mentor laat een leerling geleidelijk zelfstandig werken zonder hem als goedkope extra werkkracht te behandelen.

Bespreek bij de start wat de leerling al kan. Een zesdejaars slagerij hoeft wellicht niet vanaf nul te leren hoe een mes wordt vastgehouden, maar kent daarom jouw bedrijf, werkritme of machines nog niet.

Geef vervolgens duidelijke opdrachten met een leerdoel. Laat eerst zien, laat de leerling daarna uitvoeren en bespreek wat goed en fout ging. Reserveer ook momenten voor feedback. De schoolse stagebegeleider en de stagementor op het bedrijf stellen samen de relevante stageactiviteiten op; de uiteindelijke beoordeling blijft bij de school.

Ook voor een klein bedrijf kan dat haalbaar zijn, zolang iemand werkelijk tijd kan vrijmaken voor begeleiding.

Is duaal leren hetzelfde als een stage?

Nee. Bij duaal leren verwerft een leerling structureel een belangrijk deel van zijn opleiding op de werkvloer.

Wie een werkplek voor duaal leren wil aanbieden, moet zijn onderneming officieel als leerwerkplek laten erkennen. Die erkenning geldt per duale opleiding en per vestiging waar de lerende wordt opgeleid. De onderneming moet bovendien een mentor aanduiden die voor de opleiding en begeleiding instaat.

Daarom is duaal leren vooral interessant wanneer je gedurende een langere periode echt competenties kunt aanleren. Een producent die één week iemand wil laten meekijken, zoekt eerder een klassieke stage of bedrijfsbezoek.

Voor een structurele leerwerkplek is het potentieel groter: de leerling leert je processen en bedrijfscultuur kennen en jij krijgt een beter beeld van een mogelijke toekomstige medewerker. Maar daar staat ook een duidelijk engagement rond begeleiding tegenover.

Welke hotelscholen, bakkersscholen en landbouwscholen vind je via Connect?

Het onderwijsaanbod op Connect groeit nog en is geen volledige Vlaamse scholengids. De onderstaande scholen en onderwijsactoren waren in augustus 2026 publiek terug te vinden op de regionale onderwijspagina's van Connect.

  • Antwerpen: PIVA Antwerpen, met horeca-, bakkerij- en slagerijopleidingen; PTS Mechelen, gericht op onder meer tuinbouw; en Hotelschool Turnhout.

  • Limburg: de regionale Connect-pagina voor onderwijs gaf op het controlemoment nog geen publieke resultaten. Buiten Connect zijn er uiteraard wel voedingsopleidingen; Hotelschool Hasselt en de St-Martinusscholen in Herk-de-Stad behoorden in schooljaar 2025-2026 bijvoorbeeld tot het horecaonderwijs dat deelnam aan het ondernemerschapstraject van Horeca Forma.

  • Oost-Vlaanderen: Hotelschool Gent en Odisee campus Sint-Niklaas staan publiek in de Connect-community. Hotelschool Gent combineert horeca en bakkerij; Odisee heeft onder meer opleidingen binnen agro- en biotechnologie.

  • Vlaams-Brabant: PISO in Tienen staat op Connect met zijn didactische restaurant en bistro. Ook Boerenbond Plattelandsklassen is er als onderwijsactor aanwezig.

  • West-Vlaanderen: Spermalie in Brugge en het KTA II Ensorinstituut in Oostende staan als hotelschool op Connect. De regionale pagina vermeldt daarnaast BBQ Academy als onderwijsactor.

Wie breder naar horecaonderwijs zoekt, vindt via Horeca Forma vandaag ook scholen als Ter Groene Poorte en Hotelschool Ter Duinen in West-Vlaanderen, Hotelschool Hasselt in Limburg en verschillende voedingsscholen in Antwerpen en Oost-Vlaanderen. In schooljaar 2025-2026 namen twintig Vlaamse hotelscholen deel aan het sectorale traject Ondernemerschap.

Hoe leg je via Connect contact met een school?

Begin niet met “ik wil samenwerken”, maar beschrijf wat je kunt aanbieden en welke school je zoekt.

Connect is een gratis B2B-netwerk- en matchmakingplatform voor de agrovoedingsketen. Onderwijs is er een aparte sector naast onder meer land- en tuinbouw, horeca, verwerking en retail. De publieke onderwijsprofielen tonen goed hoe concreet zulke doelen kunnen worden: PISO zoekt lokale handelaars en streekproducten, Hotelschool Gent wil leerlingen met lokale producten laten werken en het Ensorinstituut zoekt aansluiting bij korte keten en lokale voeding.

Voor een producent kan een profiel daarom bijvoorbeeld vermelden:

“Wij ontvangen studenten voedings- of landbouwopleidingen voor praktijkbezoeken rond zuivelverwerking.”

of:

“Wij zoeken een hotelschool die tijdens de herfst met onze lokale pompoenen en knolgroenten wil werken en openstaat voor een gastles van de teler.”

Daarna kunnen partijen rechtstreeks contact leggen. Connect neemt de stageadministratie, leveringen of lesorganisatie niet over; het helpt vooral om bedrijven en onderwijsactoren met een complementaire vraag bij elkaar te brengen.

Een school is geen eenmalige afnemer

De interessantste samenwerking ontstaat meestal niet doordat je één keer een doos producten aan een school verkoopt.

Ze ontstaat wanneer een vakleerkracht weet dat hij je kan bellen wanneer een bepaalde grondstof in seizoen komt. Wanneer leerlingen je bedrijf bezoeken en later met dezelfde producten in de praktijkkeuken werken. Of wanneer een stagiair na enkele maanden precies begrijpt waarom jij bepaalde kwaliteitskeuzes maakt.

Begin daarom klein en concreet. Kies één school die inhoudelijk bij je bedrijf past. Bied één bezoek, gastles, product of stageplaats aan die echt iets toevoegt aan de opleiding.

Wie toekomstige chefs, bakkers, slagers en landbouwprofessionals wil laten kennismaken met lokale voeding, hoeft niet te wachten tot ze op de arbeidsmarkt komen. De relatie kan al op school beginnen.